Rollenspelen:
de klassieke aanpak
Trainingen en assessments voorzien vaak
rollenspelen. De theorie wordt hierbij in praktijk omgezet.
Daarom zijn rollenspelen uitermate nuttige instrumenten. U kan ze op een aantal
manieren inlassen.
Klassieke aanpak n° 1 : de deelnemers doen het zelf
De trainer vraagt een deelnemer om een rol te spelen
en in de huid te kruipen van zijn klant,
medewerker, chef of leverancier.
Een
beproefde aanpak is dit zeker. Alleen heeft die heel wat nadelen:
- Kan de deelnemer écht redeneren
vanuit het referentiekader van een klant,
leverancier,… ? Vaak denkt en reageert hij nog te veel vanuit zijn
eigen wereld.
- In het dagelijkse leven zijn deelnemers
vaak elkaars collega; tijdens de training moet één
van hen plots ‘de chef spelen’. Soms verloopt dat heel stroef.
- Verder willen collega’s het
elkaar meestal niet te moeilijk maken. Ze moeten nadien
immers terug samenwerken en willen elkaar geen gezichtsverlies laten lijden.
- Hoe kunnen deelnemers na het rollenspel
gegronde en concrete feedback geven ?
Soms is de tegenspeler te mild, soms juist te hard voor zijn mededeelnemers
en collega’s.
Klassieke
aanpak n° 2 : de trainer speelt mee
Als trainer speelt u de rol van de klant, leverancier,
medewerker of chef. Zo hebt u zelf in handen met
welk type tegenspeler de deelnemer oefent. MAAR …
- Als u in een simulatie de tegenrol
speelt, verliest u (tijdelijk) het zicht op het groepsproces.
- Hoe aanvaardbaar is de feedback
als advocaat en rechter in één persoon gebundeld zijn?
Het is soms moeilijk voor de deelnemers om het onderscheid te maken tussen
de feedback die u als acteur
geeft en de feedback die u als trainer geeft.
Deze extra taak is een niet te onderschatten inspanning naast het geven
van de opleiding.
- U kan een collega-trainer meevragen
als gastspeler : een goede maar erg dure keuze.
Uw collega kan zich misschien ook beter op zijn core-business – de
opleidingen – concentreren. De schoenmaker blijft immers best bij
zijn leest…
Herkenbaar
voor u ? Kijk dan naar "simulaties met acteur".